Sterke toename bastknobbels in één jaar tijd
In 2008 en 2009 heeft Bomenwacht Nederland circa 2600 bomen op het terrein van de Universiteit Utrecht gecontroleerd op de aanwezigheid van bastknobbels. Binnen één jaar tijd blijkt deze aantasting zich sterk te hebben uitgebreid.
De zogenaamde nulmeting in 2008 wees uit dat bij gemiddeld 10 procent van de bomen bastknobbels aanwezig waren. Wat toen al opviel, was dat bomen met een gladde bast sterker waren aangetast dan bomen met een ruwe bast. Zo werden op linden en vleugelnoten veel meer bastknobbels waargenomen dan op populieren en platanen. Ook werd duidelijk dat de knobbels weinig specifiek zijn bij het ‘uitzoeken’ van hun gastheer. Het blijkt niet uit te maken of de boom in de halfwas- of volwasfase verkeert of een goede of slechte conditie heeft. Ook de standplaats van de bomen maakt geen verschil.
De tweede meting, die plaatsvond in de zomer van 2009, geeft bijzondere resultaten. Inmiddels blijken er bastknobbels aanwezig te zijn bij gemiddeld 22 procent van de bomen. Het percentage is dus meer dan verdubbeld. Linden (in totaal 519 stuks) en vleugelnoten (in totaal 382 stuks) blijken net als in 2008 het meest te zijn aangetast. Bij de linden steeg het percentage aangetaste bomen van 30 naar 51 procent, bij de vleugelnoten van 25 naar 49 procent. Sceptici die zeggen dat de knobbels altijd al aanwezig waren, zullen hun mening nu toch moeten bijstellen.
In eerdere onderzoeken van Wageningen UR is vastgesteld dat de oorzaak van de bastknobbels moet worden gezocht in een externe factor. De aantasting zou dus ontstaan door een invloed van buitenaf. Wat zou er nu voor zorgen dat de toename in slechts één jaar tijd zo groot is? Wat kan er veranderd zijn in de maatschappij? Moeten we er rekening mee houden dat binnen afzienbare tijd álle bomen bezet zijn met bastknobbels?
Dergelijke vragen zijn interessant, en de antwoorden zijn natuurlijk nog interessanter. Behalve monitoring is er dus onderzoek gewenst. Of dit gaat gebeuren, is echter wel de vraag. Zo is bekend dat het onderzoek naar de kastanjebloedingsziekte inmiddels gestaakt is. Of dit een verstandige keuze was, zal de tijd moeten leren. Financieel is niet te overzien wat de extra investeringen zullen zijn voor meer inspecties en vervanging van zieke kastanjebomen. Het zou daarom zeer interessant zijn om een betrouwbare berekening te laten maken, bijvoorbeeld door het Centraal Planbureau. Misschien zijn de uitkomsten wel zo schokkend dat er direct besloten wordt om gezamenlijk onderzoek te gaan financieren. Mogelijk kunnen we dan mét kennis van zaken onze bomen blijven beheren, en gaan we niet achter de feiten aanlopen.
Terug